Inhoud

    Gedateerd februari 2004.

    Samenvatting

    • De praktijk wijst uit dat ieder kabinet, van welke signatuur dan ook, feitelijk machteloos staat tegenover de steeds verder uitdijende macht van het Ministerie van Financiën. De Mensen beslissen niet wat er met het geld gebeurt maar het Geld beslist wat er met de mensen gebeurt.
    • Egoïstische mensen zullen nooit in staat zijn om hun geldsysteem in de hand te houden. Mensen zijn ondergeschikt aan Commercie.
    • Zonde, in de betekenis van mateloze verspilling, is het hoofdkenmerk van onze hoog-ontwikkelde markteconomie. Deze zonde is erfzonde omdat latere generaties met de gevolgen ervan worden opgezadeld.
    • Behalve dat de Sovjet Economie ten onder is gegaan aan de onvrijheid en ondoelmatigheid van een plan-economie, is de goudstandaard en de daarmee onlosmakelijk verbonden positieve rente onverenigbaar met het socialisme.

    • De WaardeLeer van Marx houdt in dat de prijzen van waren in wezen worden bepaald door de erin vervatte maatschappelijk noodzakelijke arbeidstijd.
    • Maar dit is goeddeels wishful thinking. De wet van vraag en aanbod zorgt ervoor dat een goed waard is wat de gek ervoor geeft. De wet van vraag en aanbod kan slechts worden opgeheven in een economie waarbij duurzaamheid, doelmatigheid op de lange termijn, op de eerste plaats komt.
    • De verhalen van Silvio Gesell snijden in zoverre hout dat in principe elk waardeloos goedje kan dienen als geld. In een economie van bederfelijke goederen is het bovendien zo dat geld met negatieve rente goed kan werken.
    • De goudstandaard is de geldvorm waarbij gekozen is voor het ene uiterste: goud als een goed van oneindige kwaliteit.
    • De geldvorm met goud als geld is rentedragend, omdat dit geld niet, zoals de ermee equivalente goederen, bederfelijk is. Goud kan niet als een goed worden afgeschreven.
    • De vicieuze cirkel waarin wij zijn opgesloten bestaat uit de interest die kunstmatige afschrijving en daarmee een tomeloze verkwisting genereert.
    • Grondrente ontstaat door de bijzonder efficiënte afschrijving van alle voedingswaren, namelijk de consumptie ervan. Doordat er voortdurend oogsten worden binnengehaald, is de grond een onuitputtelijke bron van rente, de meest zuivere vorm van rente.
    • De Uiteindelijke Afschrijving, veroorzaakt door de eeuwige interesthonger van de GOD van de VS, de Grote Oorlogszuchtige Dollar, kan men maar beter niet meemaken.

    • Bij goederen die een boven-gemiddelde duurzaamheid bezitten, zoals een eigen huis, zal de rente zodanig worden ingesteld dat de gehele hoofdsom nogmaals door de geldschieter wordt geïncasseerd.
    • Er kan een soort van grensnut worden vastgesteld, waar beneden het verstrekken van een bepaalde hypotheekvorm voor de geldschieter niet meer zo interessant is. Een minimaal grensnut wordt (en is tegenwoordig) bereikt voor: rentevoet x looptijd < 1.6
    • Een ruw wiskundig model van alle afschrijvingen in de maatschappij wordt gevormd door het exponentiële verval.
    • Een ondergrens voor de rente termijnstructuur wordt beschreven door deze in eerste instantie te beschouwen als gelijkvormig met het verval van goederen die van dezelfde soort zijn.
    • Een vergelijk met de werkelijkheid laat de gemiddelde vervaltijd van goederen in de Westerse wereld uitkomen op ten hoogste 10 jaar.
    • Een vrijwel perfekte overeenstemming tussen theorie en praktijk wordt bereikt door een gewogen gemiddelde te nemen van exponentiële distributies voor artikelen met een relatief korte levensduur.

    • Het werk van Silvio Gesell is gedateerd, in zoverre dat het anno 2000 slimmer is om : de goederen even onbederfelijk te maken als het geld, in plaats van het geld even bederfelijk te maken als de goederen.
    • De onmogelijkheid om in een Geselliaanse economie geld te sparen maakt dat er vanzelf een zwarte markt zal ontstaan voor GoudGeld: terug naar AF dus. De Natuurlijke Economische Ordening is niet zo natuurlijk.
    • Het is niet mogelijk om enige hervorming van de economie "tijdelijk" in handen te leggen van de Staat. De onverslijtbaarheid van het Land is in strijd met bederfelijk Geld. Een VrijGeld economie is vijandig gestemd ten opzichte van de Arbeid, die immers waardevormend is.
    • Een GeldSysteem dat in handen is van de (Federale) Overheid kan slechts uitlopen op twee dingen: het staatsgeleide Communisme, naar het voorbeeld van de Sovjet Unie, of de Fascistische dictatuur, naar het voorbeeld van Nazi Duitsland.
    • De volledige kringloop van Waren, Arbeid en Geld in onze maatschappij laat zich samenvatten als de zogenaamde WaarWisseling
      W - A - W - G - W . (In deze kringloop is de eerste W identiek aan de laatste W)
    • GeldSchepping vindt plaats op het moment waarop Goederen worden vernietigd, dus strikt genomen (Riegel) niet op het moment waarop ze worden gekocht. Zo vindt ook GeldVernietiging eigenlijk plaats op het moment waarop de verkochte Goederen zijn ge(re)produceerd.

    • De zogenaamde dekking van ons geld berust eigenlijk nergens meer op, sinds de goudstandaard is losgelaten. Het Grote Geld heeft zich zodoende ontwikkeld van een goed met oneindige kwaliteit naar een goed met kwaliteit identiek nul.
    • In een huis wonen is ook consumptie. En dus is de enorme stijging van de huizenprijzen een indicator voor de werkelijke inflatie die ons geld heeft ondergaan.
    • In tegenstelling tot wat in de regel via de nieuwsmedia wordt verspreid, wordt de inflatie van ons geld niet uitgedrukt in tienden van procenten, maar in een procent of tien per jaar.
    • Er zijn plaatsen in onze economie waar het geld gratis wordt uitgedeeld. Betrokkenheid van de overheid hierbij werkt het ontstaan van oorlogen in de hand. Schuld bij de bank is niet meer dan een pennestreek. Het echte waardevolle geld wordt gevormd door de interest die de financiers weten op te strijken.
    • Overigens heeft het geld in het geheel geen "drager" nodig. Een Financiële Administratie (met computers) is toereikend om het geld in een economie te laten draaien. De FA heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een geavanceerde technologie (: pinnen).
    • Produktieprocessen kan men aaneenschakelen tot ProduktieKetens. De laatste kringloop in de keten is de Handel. In de handel is de geldstroom altijd het grootst. In elke produktieketen stroomt Geld in tegengestelde richting aan de Tijd terug en beloont op zijn weg de (al dan niet) verrichte Arbeid.
    • Het maakt voor het vraagstuk van de rechtvaardige beloningen - strikt genomen - niet uit of men Arbeid uitdrukt in Geld, of Geld uitdrukt in Arbeid. De gekozen geldvorm kan slechts psychologische invloed uitoefenen op de vraag of mensen rechtvaardigheid willen betrachten. Rechtvaardigheid is een principieel uitgangspunt, geen automatisch gevolg.

    • Niet de arbeidsuren, maar de waardering van arbeidsuren, welke tot uitdrukking wordt gebracht in de Wet van Vraag en Aanbod, is gelijkwaardig met de geldelijke beloning. Zonder meer wordt aangenomen wordt dat er in de uiteindelijke economie Vrijheid van handel heerst. Anders is het niet goed mogelijk produkten te beoordelen op hun consumeerbaarheid.
    • Dit laat onverlet dat menselijke Arbeid altijd DE bron van Rijkdom is. De enig mogelijke stabiele geldeenheid moet berusten op een ArbeidsUur. Voordat het zover is, moet een heldere wetenschappelijke specificatie worden gegeven van het begrip eenvoudige ongeschoolde arbeid. Daaraan moet de universele eenheid van waarde namelijk worden gekoppeld.
    • Zwak punt in Ravi Batra's boek, The Great Depression of 1990, is dat zijn voorspelling niet is uitgekomen. Dit laat onverlet zijn sterke punt dat het de geldgraaiers zijn die verantwoordelijk gesteld moeten worden voor het aanzwengelen van de economische crisis.
    • Wat dus het eerst moet worden aangepakt, teneinde een dreigende economische crisis te bezweren, is: de GrijpGrage Handen, het economisch parasitisme. Ik stel voor om te beginnen bij de AdviesBureaus.
    • Hoofdkenmerk van onze economische cultuur is een fundamentele minachting voor het eerlijke werk, zweet, daadwerkelijke inspanning. Het gevolg van deze houding is dat er maar geen einde komt aan de ordinaire uitbuiting van hen die het "mindere werk" doen, door hen die in feite niet werken.
    • Wat banken aan "diensten" leveren staat gelijk met vervalsing van geld: omdat kwalitatief waardeloos, "ongedekt" geld niettemin tegen rente wordt uitgeleend. Pas deze rente is echt geld, zodat het geld van de bank pas achteraf waardevol wordt: gevuld wordt namelijk met eerlijk zweet.
    • Als ik het goed begrepen heb, dacht de Franse regering geld te kunnen verdienen door rijksambtenaren een dag voor niks te laten werken. En de niet-uitbetaalde salarissen vervolgens te investeren in extra zorg voor de bejaarden. Hiermee worden twee dingen toegegeven. Ten eerste dat louter door het maken van arbeidsuren geld wordt geschapen. Ten tweede dat het geld ergens in de maatschappij gewoon wordt uitgedeeld, (voor)namelijk aan ambtenaren.

    • Niet alleen is de Grote Armoede in de wereld te wijten aan het Grote Geld, maar ook omgekeerd: de Grote Armoede is de bron van het Grote Geld. Niet alleen zijn veel mensen Arm door Geld maar ook is er veel Geld door Arme mensen.
    • De zekerste weg naar de ondergang van het Rijke Westen is het verplaatsen van al haar productie-capaciteit richting de Lage Lonen Landen. Hiermee is de uitverkoop van onze "beschaving" slechts een kwestie van tijd.
    • Na het verplaatsen van al onze productie-capaciteit richting Derde Wereld, is het militaire geweld de enig overgebleven manier om de macht die wij uitoefenen, nog een beperkte tijd, in stand te houden.

    Bronnen

    1. Studiecentrum Socialistische Partij, 'Een samen werkende en eerlijk delende maatschappij', SP 2000/2001
      De Nederlandse beroepsbevolking bestaat uit zo'n 4 miljoen mannen en 3 miljoen vrouwen. [ ... ]
      De meeste mensen werken in de financiële en zakelijke dienstverlening (1,474 miljoen)

      Een eenvoudige rekensom leert dat dit 100 * 1,474 / 7 = 21 procent is.
    2. Karl Marx, 'Het Kapitaal. Een kritische beschouwing over de economie
      Deel I: Het Productieproces van het Kapitaal'. W. de Haan - Bussum, 1972. ISBN 90 228 35073
      Nederlandse vertaling van 'Das Kapital. Kritik der politischen Oekonomie.
      Buch I: Der Produktionsprozess des Kapitals'.
    3. Silvio Gesell, 'Het Wondereiland Barataria', Aktie Strohalm, Utrecht, 1992
    4. Margrit Kennedy, 'Interest and Inflation Free Money', Permakultur Institut E.V. 1988 (via Strohalm)
    5. Jan Pen, 'kijk, economie (over mensen, wensen, werk en geld)'
      uitgeverij het Spectrum, Utrecht/Antwerpen (1979)
      ISBN 90 274 9242 5
    6. Alec Nove, 'De Sovjet Economie', vertaling van 'The Soviet Economy'
      Aula-Boeken, Utrecht-Antwerpen, Het Spectrum 1965
    7. 'Wegwijs (in beleggingen, woningmarkt, hypotheken, verzekeringen, pensioenen)
      Exclusief consumentenblad voor HBO-ers en Academici'
      16e/17e jaargang - uitgave nr. 33 - nov./dec. 2001 en nr. 35 - nov./dec. 2001
      Het leuke van dit tijdschrift is dat er getallen in staan.
    8. Bernard Lietaer, 'Het Geld van de Toekomst.
      Een nieuwe visie op welzijn, werk en een humanere wereld'
      2001 - Forum - Amsterdam, ISBN 90 225 2819 7
    9. Dr. Ravi Batra, 'The Great Depression of 1990'
      Dell Publishing, New York, June 1988, ISBN 0-440-20168-3
    10. Jan Marijnissen, Tegen-stemmen, Een Rood antwoord op Paars, Uitgeverij L.J. Veen Amsterdam/Antwerpen,
      Tweede druk 1996/2000, op bladzijde 199 bovenaan: dat het hoogste salaris idealiter niet meer zou moeten bedragen dan,
      bijvoorbeeld, drie keer het laagste inkomen
      .